Goed.
De inventarisatie was geweest en om een uur of vijf op zondag trok ik de deur van de winkel achter me dicht. Mijn lijf was op, mijn hoofd zat vol met van alles en nog wat en ik kon alleen maar denken aan slapen. M. smste me. ‘Drankje doen als je klaar bent?’ NEE! riep mijn lijf. NEE! riep mijn hoofd. JA! smste ik terug. Over 20 minuten in de Bastaard? En zo geschiedde.
M. was op vakantie geweest, had twee kleine prinsen gescoord en was ook even begonnen met haar nieuwe baan. Ik zat aan de rode wijn, zij aan de corona (geloof ik). En na een fijne begroeting kwam de vraag. ‘Anna, hoe gaat het nou met je?’ MOE! SLAPEN! BED! dacht ik. ‘Goed!’ riep ik enthousiast. ‘Nee, echt! Het gaat goed!’ Ik was nog verbaasder dan zij toen ik het er spontaan uitflapte. De avond was vervolgens kort met twee drankjes, maar wel erg leuk met allerlei updates van vakanties, werk en andere fijne zaken.
In de trein terug bleef ik eraan denken. Hoe krijg ik het voor elkaar om dat zo te roepen? Na zes weken al? De liefde van mijn leven flikkert me buiten en ik straal als nooit tevoren anderhalve maand later. Want het is ook gewoon goed. Met een vriendin die de dag erna langskomt. En een spontane eet- harp- en slaapdate de dag erna, die pas om half 2 afgelopen was. En een broer die ineens in Utrecht zit wegens zijn lief, dat moest sporten en dus gingen broer en ik maar eten. Donderdag beroerder dan beroerd, maar vrijdag naar Leiden, huis van A. bewonderen, daarna de kroeg bewonderen en daarna haar nieuwe bank bewonderen. Zaterdag werken en door naar een feestje in Nijmegen om daarna om half 5 (!) in bed te rollen en vandaag even naar Leiden en nu een avondje op de bank. En dan heb ik het niet over toevallige ontmoetingen, leuke klanten die je 2 keer op een dag ziet, grijnzende barmannen, grappende collega’s en aardige conducteurs. Kaartjes die je onverwacht toegestuurd krijgt en smsjes van mensen die je al lang niet gesproken hebt. Dus ja, het gaat goed.
Maar ik vind het zo kort. Zeven weken pas. Heeft de ex dan zo weinig voor me betekend? Ben ik dan zo’n foute fladderaar? En dus zit ik nu met grote ogen op de bank m’n zegeningen te tellen en me tegelijkertijd schuldig te voelen. Want ik hoor nu toch een hoop ellende te zijn? De ex vreselijk te missen en wanhopig te huilen en over te geven van pure wanhoop? Ja, tuurlijk, ik mis ‘m. Misschien wel meer dan ik wil toegeven. Zou dit gewoon een vluchtfase zijn om de pijn niet te voelen?
Hoe dan ook: het gaat nu goed. En hoe ik me volgende week voel weet ik niet. Maar nu voelt het goed. Goed. Ja. Goed. Om te juichen goed? Mwoah. Ja. Ja. Goed.