zondagmiddag


‘Wat een fijne zondag was het!’ kirde ik tegen R., toen ik me (per ongeluk?) zo in het dekbed rolde dat hij zonder lag en ik alles had.

‘Jij vindt elke dag een leuke dag!’ zei hij. En deed een poging me weg te rollen en zelf ook wat warmte te krijgen.

En ik somde op waarom ik het zo’n leuke dag vond, elke reden werd met een knor beantwoord. Een knor van goedkeuring of afkeuring, dat hoorde ik nog niet, ik ga maar uit van enkel goedkeuringen. Want een Goede Dag (met hoofdletters nog wel) was het. Ik werd wakker met een kater, ik draaide me om, sliep verder en de kater was gezakt. We ontbeten met afbakbroodjes, R ging nog wat werken en ik las in Grijze Jager deel 11 (GEWELDIG!), ik sliep wat, ik las verder en R was klaar met werken. ‘Zullen we een wandelingetje maken?’ Prima en zo hobbelden we naar de Munt, waar een museum was vol niet-luisterende onopgevoede voordringende k*tkinderen en lompe bejaarden bij wie een steekje loszat. We grinnikten, deden een gek spelletje daar en besloten een andere keer wel of niet terug te keren. We hebben in elk geval een loopje gehad en het museum ies graties met een museumjaarkaart. Volgende keer ander museum op een sombere zondagmiddag. We liepen door naar een cafĂ© wat ‘s zomers leuk is, maar nu niet en deden boodschapjes bij de plaatselijke Turkse zondagsuper. Lekker fris kwamen we aan bij Casa di R.

Warme chocomel met slagroom volgde. En olijfjes met feta en tijgernootjes. En ik ging verder lezen. We keken Studio Sport en de poes van R’s huisgenoot I kwam erbij zitten. En ging niet meer van mijn schoot af. Ik smolt. We aten een slavink (kanarie met blaadje sla op zijn hoofd ja), gegrillde groenten en gebakken aardappels. En hingen later op de bank en de poes sprong op mijn schoot. En wilde er weer niet vanaf.

Een half uur later lagen we op bed. En ik verzuchtte dat het een Goede Dag was. En R. knorde.

Comments
blog comments powered by Disqus