Terrorkat
Ineens stond M. aan m’n bureau. Leuke meid, vriendelijk, altijd aardig en we babbelen altijd wel wat, maar we zijn geen dikke vriendinnen. Dus dat ze ineens aan m’n bureau stond, verbaasde me. Haar vraag verbaasde me nog meer. ‘Hey Anna, ik ga een paar dagen weg, op vakantie. Zou je misschien een paar dagen op m’n katten willen passen?’ Ik keek in m’n agenda, zag wel wat afspraken staan, maar daar viel wel omheen te plannen en kneep in m’n handjes bij het vooruitzicht op een paar dagen uitslapen. Aangezien M. lekker dicht bij het werk woont en ik niet. Affijn, afspraken gemaakt, sleutel gekregen en ik ging op de katten passen.
Piece of catcake. Kat 1 (Gasolina, ook bekend als Gassie) laat zich niet zien, want is te bang. Kat 2 (Diesel) is een lekker makkelijk beest met wel wat angstige momenten, maar meer niet. Had je geen last van. En op de laatste ochtend kwam Diesel kroelen op bed. Gezellig! Bovendien zet je Diesel in de vensterbank neer en die komt er de rest van de week niet meer vanaf. Ideaal. Ik had het reuze naar m’n zin!
Maand of wat later kreeg ik een mailtje van M. Of ik misschien nog een keertje op de beesten wilde passen. Tuurlijk! mailde ik terug. Gezellig! En reuzehandig, aangezien ik in de tussentijd een vriendje opgeduikeld had (of hij mij, daar ben ik nog niet uit) en die woont in de buurt. Affijn, ik toog naar het huis van M., begroette de poezen en ging me lekker installeren. Had er zin in!
De vreugde was van korte duur. De ochtend erna maakte Diesel een gek geluid. Beetje kucherig. Stond in de slaapkamer voor het bed. Rochelde wat. Bibberde met de staart. Maakte een schokkerige beweging. Ik voelde de bui al hangen. Zei nog ‘nee, niet doen!’ en hup, daar kotste het beestje haar hele ontbijt uit. Voor het bed. Op de schone vloer. Ik rende kokhalzend naar de keuken (ik hou namelijk niet zo van braaksel opruimen), kwam met een stoffer en blik terug en zag net Gasolina voorzichtig aan het prutje snuffelen. Nou, daar verging mij mijn eetlust helemaal. Maar een minuut of 5 later blonk alles weer en leek het net of er niets gebeurd was.
De dagen erna ging het prima tussen de wilde beesten en mij.
Toen hing Diesel lekker in de vensterbank en wilde ik haar aaien, gewoon gezellig. U kent dat wel. Een dikke staart, haal met nagels en een blaas mijn kant op was het resultaat. Leuk, ik voelde me erg welkom. Maar ook dat kan ik hebben. Ik ga ervan uit dat ze nog wat knorrig was omdat ik haar twee dagen ervoor hard heb uitgelachen, toen ze op de vensterbank wilde springen en daar niet helemaal lekker opkwam en met een plofje naar beneden stortte… Dus die haal neem ik voor lief.
Vanmorgen had ik mijn koffer even open staan. ‘Hahahahaha,’ lachte Het Vriendje, ‘je hebt een kat in je koffer!’ En ik kwam grinnikend aanlopen. Ze zat er alleen wel een beetje vreemd op. En meestal loopt ze weg als ik aankom. Ze bleef zitten. En zat met een gebogen rug. Dus ik gaf haar een voorzichtig zetje tegen de kont. Ze mauwde dwars en ik had een vermoeden… Madam vond het nodig haar territorium af te bakenen.
En ik kon even later twee truien, een broek en een shirtje wassen. En dat doe ik vanavond nog een keer, om zeker te weten dat het niet naar kattenpies ruikt. Terrorbeest. Ik schop ‘r vanavond naar buiten. Zoals drie dagen terug. Deur open, kat naar buiten en twee minuten later kat via kattenluik (bijzonder, want luik is klein en kat is formaat tank) weer binnen. Het regende…
(En ja, als M. nog een keertje komt vragen, ga ik zeker weer oppassen, ik zorg alleen dat de koffer dicht is, de beestjes niet teveel eten in 1x krijgen en dat ik niet in de buurt van een vensterbank kom…).
Zucht. Poezen…