Helden


Er komt weer een verhaal uit den ouden doosch. Oma Anna haalt haar geheugen weer eens uit het stof en begint met vertellen. Nou ja, de aanleiding is zo oud niet. Ik stond gisteren op het busstation op de bus te wachten met mijn iPodje op en Il mio nome e’ mai piu’ kwam langs, een hitje jaren geleden in Italië. En ik kreeg een vrolijk gevoel van hoe ik daarbij kwam en dacht meteen dat dat een prima verhaal zou zijn op de blog. Want momenteel heb ik weinig inspiratie. Excuses daarvoor.
Affijn. Het grote Ligabue-verhaal dus, want over hem gaat het.

Ik was 15 in 1996 en was hopeloos beland in mijn hippie-fase. Bloemetjesrokken met streepjestruien (hoe mijn ouders me over straat hebben durven laten gaan is mij nog steeds een raadsel, maar ach). En vooral veel luisterend naar de Kelly Family, want die droegen vooral veel bloemetjesrokken met streepjestruien. Ik spaarde dan ook alle cd’s van hen. Toen er een cd uitkwam van Pavarotti & Friends met twee (!) liedjes waar de Kelly Family op meezong, moest en zou ik die cd hebben. En zo geschiedde, ik rende dol van geluk de Kenta in (plaatselijke cd-winkel, werd jaren later een Music Store, daarna Van Leest en is nu ter ziele) en luisterde thuis keer op keer die cd. Gelukkig voor mij vond ik meer nummers mooi dan alleen die twee. Er was een Saint Theresa van Joan Osborne, een Spirito van een beetje gekke Italiaan die Litfiba heette en iets met Le regazze fanno grandi sogni. En oja, nummer 7 was ook wel mooi. Fijne rauwe Italiaanse stem, maar het nummer vond ik wat minder. Maar die stem. Oh, die stem.

In 1999 zat ik op een loze avond wat te zappen en kwam bij de MTV-awards terecht en Ronan Keating babbelde wat loos over een Italiaanse zanger en dat vrouwen hun dochters maar moesten opsluiten. Ik besloot het liedje maar aan te horen. En het bleek Ligabue te zijn. Ik gilde de mama naar de tv en wist duidelijk te maken dat dat die ene zanger was met die fijne stem van de Pavarotti-cd. Het boeide haar niet zoveel. En mij later ook minder. De Kelly Family boeide me overigens toen ook al niet meer.

Datzelfde jaar ging ik met m’n ouders op vakantie naar Italië. Milaan en Venetië. En op de hotelkamers lag ik tv te kijken na diverse vermoeiende dagen vol musea, kerken en andere oude meuk (die ik natuurlijk wel interessant vond, maar weigerde toe te geven). De absolute tophit op dat moment was Il mio nome è mai più. Ik herkende zowaar Jovanotti in de clip (kent u hem nog? L’ombelico del mondo was zijn grootste hit in Nederland). En verrek, de andere zanger leek die gast van Litfiba wel! Stem kwam in elk geval overeen. De derde zanger (ze zongen het met z’n drietjes) was die ene kerel met die mooie stem. Die van die cd en van dat optreden bij de MTV Awards! Het liedje was leuk. Bleef lekker hangen. En kwam schandalig vaak langs op de televisie. Probeer dan maar eens een singletje te scoren. Dat lukte dus niet. Totaal niet. Missie gedoemd te mislukken.

Tot we nog even voor Oostenrijk wilde tanken. En stopten bij een tankstation en ik schoot het winkeltje in om wat lekkers te halen. Kwam springend met het singletje in de knuistjes bij de auto. Helemaal gelukkig. Daar merkte ik dat Piero Pelu gelijk staat aan Litfiba, dat Jovanotti helemaal niet zo heet en Ligabue als voornaam Luciano heeft. Als een stuk chocolade smeltend op je tong. Luciano…

In 2000 deden m’n ouders en ik Peschiera aan, bij het Gardameer. Mama en ik gingen een middagje het stadje in. En ik rende een cd-winkel in, op zoek naar een heuse echte cd van Ligabue. Hij had er meerdere. Shit. Welke te kiezen? Ik besloot maar die ene te kopen waar dat ene liedje op stond van de MTV Awards. Miss Mondo. Luisterde ‘m in de auto. En nog een keer. En nog een keer. En was verkocht.

Inmiddels heb ik al z’n cd’s. Ben ik twee keer naar een optreden geweest (nee, niet in Italië, dat zou helemaal geweldig zijn, maar om het mij makkelijk te maken is de goede man twee keer naar Paradiso gekomen). Heb ik drie T-shirts. Twee films die hij geregisseerd heeft. Drie boeken van zijn hand. En verheug ik me nu al op zijn nieuwste cd. Eigenlijk is het helemaal geen bijzondere muziek, maar die stem. Oh, die stem. Luciano is gewoon mijn ultieme Italiaanse muziekheld. Piero (Pelu), Vasco (Rossi) en Umberto (Tozzi) zijn gewoon niet leuk genoeg. Amo Luciano. Molto molto! (En dan ziet hij er nog eens lekker uit ook…)

Comments
blog comments powered by Disqus