Boem en gerechtigheid


C. had behoefte aan bier en ik ben nooit de lulligste, dus we hingen in de Bastaard de Bavaria te testen en te praten. En te praten. En te praten. En te drinken. De bruine boterhammen met kaas werden stuk voor stuk weggedronken en ietwat tollend dook ik de trein in naar het Leidsche. De broer stond achter de bar. A. haakte aan en we dronken verder.

Ik stapte een uur of twee later uit de trein op HS, sjokte met een mp3-speler op m’n hoofd zachtjes neuriënd richting de roltrap, toen een onhandig figuur me finaal omverliep. Niet een tas die me in het voorbijgaan raakte, nee, de man liep vol tegen me aan. Ik had de muziek niet zo hard aanstaan, dat ik excuses niet hoorde. Nee, hij hield gewoon z’n mond. Ik wilde dingen roepen die ik niet van mijn ouders geleerd heb. Iets waar een ziekte in zat. Iets waar de gemiddelde hangjongere jaloers op zou worden. 

En toen zag ik dat de deuren dicht waren en de trein voor zijn neus wegreed. ‘LEKKER VOOR JE!’ Wilde ik roepen. Maar dat deed ik niet. Omdat ik wel netjes ben en mensen niet omverloop en stomme dingen roep. Ik liep iets harder neuriënd door en bedacht me dat er toch iets van gerechtigheid bestond.

Comments
blog comments powered by Disqus