Bakvistijd


Ik zanikte jaren en toen ineens wist collega P. te regelen dat Hugo Borst in de winkel zou komen signeren. We schrijven november 2011. Ik stuiterde en gilde en hyperde door de eerste etage van het werk. Krijste nog net niet. Drie dagen later stuurde collega C. een smsje (ik zat bij m’n ouders voetbal te kijken, soep te eten en verhalen te vertellen over de vakantie). ‘Joh, je raadt nooit wie op 4 december niet komt?’ Ik viel van mijn stoel. Mopperde dat het een lieve lust was, zat de mama dwars op alle mogelijke manieren en werd zonder toetje naar m’n kamer gestuurd.

De dag erna donderde ik naar collega M. Vloekte als een bootwerker en dreigde ritueel boeken te slachten en dartpijlen te gooien naar de poster die al in de winkel hing. ‘Hey!’ hoorde ik uit de kamer van promotie komen, ‘hij komt wel hoor! Net een mail van de uitgever gekregen!’ 4 december was gered. En toen stuurde P. nog een mailtje van de uitgever naar me. ‘Hier heb je z’n mailadres. Handig als er dingen afgesproken moeten worden!’ Ik smste de mama. ‘MAMAAAAAAAAAAA, IK HEB HET MAILADRES VAN HUGO B!!!’ Om daarna meteen te denken, ‘dus?’ Een mailadres. Ja. Dan kun je mailen. Alsof ik dat ga doen. Over wat? Dus ik deed niets. Daarna zag ik dat P. de uitgever had verteld dat de managementassistent helemaal idolaat is. Reden te meer om niets te doen. Ik zet mezelf sowieso voor gek.

Wel irriteerde ik iedereen op de twitter en de facebook. Veel HIIIIIIIIIHIHIHIHIHI! en WHOEHOEHOEHOEOEOEOEOE!. De sirene loeide. Naarmate 4 december dichterbij kwam, werden de onderwerpen op de twittert eenzijdiger. De collega’s lachten zich slap om m’n gemekker en gestress. Want wat doe je aan? Hoe doe je je haar? Wat ga je zeggen tegen hem? En: herken je hem wel als hij de winkel binnen wandelt?

En toen werd het 4 december. En kwart voor 2. En ik zat bij de infobalie. Lazerde gelukkig niet van m’n stoel, liep op hem af en ik gaf een vrij stevige, niet zo heel kleffe hand, piepte of de reis goed gegaan was en kon mezelf voor het eerst deze dag voor de kop slaan voor de domme vraag en met name de toonhoogte waarop ik ‘m stelde. Nou, toen begon het signeren en ik stond klaar met mijn boekje, mijn zenuwen en mijn zweethandjes. Alsof ik 16 was en nog nooit wat gedaan had. Ik piepte wat en collega C. zei iets terwijl hij een foto maakte, leuk voor op de twitter en facebook. Waarop Hugo riep, ‘OH! JIJ BENT ANNA VAN DE TWITTER! Joh, ik wist niet dat je hier werkte!’ ‘Eh…’ stamelde ik. En kon me voor de tweede keer voor m’n kop slaan. Iets met enthousiasme en stukjes die toch niet gelezen worden, maar blijkbaar toch wel. En er kwam nog een ‘oeps’ en een ‘tja’ en toen werd mijn knalrode rokje bleek vergeleken bij mijn wangen. Dit gaat nog lang doorsudderen in de winkel. Gegarandeerd.

 

Nou, en toen liep ik later nog even langs en stond er niemand in de rij (‘Het is de laatste keer dat ik signeer!’ zei Hugo. ‘Maar je bent vast wel populair in Utrecht,’ deed ik een poging tot een stomme grap. ‘Vertel eens wat over jezelf, Anna,’ kwam het antwoord. Stotterfase twee begon. En ik flapte er vast iets sufs uit. Ik geloof dat ik vertelde dat ik in de winkel werkte (joh!), dat ik in Den Haag woon (boeiend!) en dat ik voor Feyenoord ben (het bleek 2-0 te staan). Terwijl ik best had kunnen vertellen dat mijn harp Sjaak heet, dat ik een handleiding voor mezelf teken, dat mijn lavendel Gerrit op facebook zit, dat ik Pwyll Pendeuic Dyuet kan vertalen en dat ik alle cd’s van Europe heb, maar nee. Dat deed ik allemaal niet. Ik bloosde weer. En vluchtte naar de infobalie. 

Een half uurtje later liet ik het boek voor collega L. signeren. ‘Weer voor jezelf?’ Daar reageerde ik gelukkig iets vlotter op, maar erg intelligent werd het niet. Man man man. Hij vertelde dat hij ondertussen mensen de weg had gewezen naar de poëziekast en de wijnboeken en dat hij de winkel goed kende in die korte tijd. En toen riep ik (OH GOD OH GOD OH GOD, waarom heb ik stembanden gekregen?!), ‘Nou ga maar mee naar de kelder dan!’ Waarom is er op dat moment niemand in de hemel die even ingrijpt? Waarom schiet die grond niet open en word ik weggezogen uit dit universum? Waarom krijg ik dit soort idioterie altijd uitgekraamd? Ik heb twee doodnormale ouders, dus waar komt dit vandaan? ‘Ben je zo wanhopig?’ vroe hij. En, hoe verrassend, er kwam toen alleen maar meer gestamel en gebrabbel uit bij mij. 

Wat dan wel weer tof is: ik sta op de foto met hem. En niet eens zo guppig als met Arie Boomsma. Nee, nog redelijk toonbaar zelfs. Bewijs 1:

En bewijs 2:

Let vooral op mijn verkrampte handje…

Netjes afscheid genomen. Stevige hand. Wederom niet zo heel klef zweterig geloof ik. En dat was een signeersessie van Hugo Borst. De laatste volgens hemzelf. En dat heb ik dan maar mooi mee mogen maken.

Dertig jaar en dan nog zo gaan lopen bakvissen. Ik heb nu definitief de hoop opgegeven dat het ooit goed komt met me. In elk geval weet ik dat de doorbloeding in mijn wangen goed is, maar of je daar gelukkig mee moet zijn…

Comments
blog comments powered by Disqus