Culturele elites en tramreizen


De harpjuf speelde weer eens een avondje met haar ensemble. Ik had al een afspraak staan om over vakanties te praten (M. over Sicilië en ik over Curaçao), maar omdat we het er vorige week ook al over gehad hadden, probeerde ik M. over te halen tot het drinken van een kort biertje. En legde de reden uit van het verzetten. ‘Hm,’ zei M., ‘ik ben nog nooit bij een klassiek concert geweest!’ en dus smste ik de harpjuf en toog met M. naar Rotterdam voor een avondje elitaire cultuur. E. had ons al gewaarschuwd voor Bartok, wiens stuk gespeeld zou worden. Gewoon moeilijk kijken en doen alsof je er verstand van hebt, dan zou het wel goedkomen.

De broodjes van de Subway begonnen goed, de trein reed en we waren binnen notime bij de Doelen. Ondertussen kletsten we gezellig over van alles en nog wat (maar niet over de vakanties, want dat hadden we al gedaan). En ik leerde dat de term hippe indiebandjes (zijn ze weer, ik blijf erdoor achtervolgd worden) eigenlijk een contradictio in terminis is. Aangezien het juist niet hip is als je een hip indiebandje bent, want als indiebandje hoor je per definitief niet hip te zijn. Maar je mag dan wel weer ruitjeshemden dragen, want dat hoort erbij. Wat dan meteen verklaart waarom ik de laatste tijd zo achterlijk veel hippe mensen zie met ruitjeshemden. Zo kwamen wij filosoferend in de zaal. Keken wat rond en toen begon de muziek. 

Vivaldi luisterde heerlijk weg. Debussy was ook prima. Toen kwam er een stuk met een bassoon-solo. Op de een of andere manier zag ik een aap voor me. Baboon, ik snap dat ook wel, maar er kwam een charmante dame met een enorme fagot. Maar dat enorme kan ook komen, omdat de dame in kwestie niet bijzonder groot was. M. en ik grinnikten bij het zien van de toeter. Ik zag ineens allemaal mogelijkheden. Je kan er een raketwerper van maken. Bellen mee blazen. Je kan de fagot als vlammenwerper gebruiken. En ik zag ook een ridder voor me, die in volle galop op zijn tegenstander kwam aanrijden met een fagot in plaats van een lans. Binnenpretjes te over, zeker omdat het een zeer eigenwijs instrument betreft, want hij moest aan een tuigje. Vast omdat-ie anders weg zou lopen…

Verdere opvallendheden gedurende het hele concert:

- een van de violisten speelde zo spastisch, dat ik bang was dat-ie van z’n stoel zou vallen.

- de slagwerker maakte een mooi hupje als hij de grote trom sloeg

- bij Bartok kreeg ik visioenen van achtervolgingen te paard

- een cellist was zo lang dat ‘t leek alsof hij viool speelde

M. en ik grinnikten tegelijk toen de gong beroerd werd. En we hadden een prima avond. We babbelden na over culturele elites en dat we ons maar weer eens van een goede kant hebben laten zien. En dat we zo normaal gebleven zijn. 

In de tram naar huis lazerde ik wel weer van mijn hoge culturele elitewolk. Het rook er naar een combinatie van kots, goedkope aftershave en bier. En toen werd er ruzie gemaakt door twee boze negers met twee HTM-controleurs. Ik wilde bijna vragen of ze niet een keertje mee wilden naar Vivaldi, maar voor ik het kon vragen, moest ik de tram alweer uit. Gemiste kans ja.

Comments
blog comments powered by Disqus