Bruges
We riepen BAM! en EINDE! en af en toe GODMILJAAR! en soms KWAK!
We zagen Arjan van Eykel, die eigenlijk Jan van Eyk heet en bijzonder sikkeneurig op z’n sokkel stond wegens de aanvulling op z’n naam.
We synchoniseerden de paarden na met een zware stem en lieten hen ‘Noli me tangere!’ zeggen tegen argeloze toeristen die hen een aai over de neus wilden geven.
We wandelden naar de begijntjes en probeerden hen naar buiten te lokken. De grote vraag was alleen met wat? Of kattensnoepjes of rode wijn beter werkte: geen idee. We hadden geen van beide bij de hand. En dus geen begijn gezien.
We vertelden elkaar verhalen over schilderijen. Dat Sybilla die geschilderd was door Memling een lelijke drol was. En dat Barbara een puike toren had. Dat Bartholomeus gevild werd. En dat je kan gaan hallucineren van wierook.
We vonden de mis op zondagochtend so not important, in tegenstelling tot de Amerikanen voor ons bij het hotel, toen wij moegelopen wilden inchecken.
We zagen een verbodsbord voor het aanraken van Maria.
We aten niet zulke pittige, maar ozo lekkere kippenpoten (E.) en curry (ik), geflankeerd door een flinke kriek boon.
We deden Monty Python na als we een paard voorbij zagen komen.
We maakten hele slechte seksueel getinte grapjes over piemels, piemelzweren en peniskokers en verbaasden ons over de enorme mogelijkheden waarin je deze drie zaken kunt gebruiken in een gesprek.
We zongen ‘ik verscheurde je foto’ en verbasterden de derde zin op geniale wijze (hoogtepunt 1: ik zit in een rolstoel. hoogtepunt 2: ik heb een zweer op m’n piemel).
We hebben onze arme badeendjes weer in allerlei bochten gewrongen.
We wilden vla of andere gele prut stoppen in rare lantaarnpalen.
We liepen heel veel en daarna nog meer. En zagen dus belachelijk veel van de stad. Maar ach. Feit blijft: does the face look bothered?!
Brugge 2011 was een weekend om niet te vergeten. E.: dank.
EINDE!