saai
We zaten lekker te kletsen bij een wijntje (A.) en een campari (ik) en ineens zei A. dat ze zich zo saai voelde naast me. Ik fronste. Saai? Vergeleken naast mij? Ja. Saai. Want ik ga lekker op vakantie, zit op schildercursus, spreek af met allerlei mensen. Ik begon een beetje te blozen. Want als er iemand stiekem saai is, ben ik het wel. Ondanks de vakanties, afspraken en schilderingen. Ik kreeg A. niet aan haar verstand dat zij een stuk minder saai is dan ik. En waar ik de energie vandaan haal om zoveel weg te gaan en af te spreken. Tja, dat is mij ook een raadsel. Blijkbaar giert de adrenaline nog door het lijf en staat de overlevingsmodus nog aan. Of ik krijg veel energie van afspreken met leuke mensen en leuke dingen doen, dat kan natuurlijk ook. We namen nog een drankje en gingen naar huis. Waar ik een prakje opwarmde en met een kruik op de bank plofte en wenste dat ik een kat had waartegen ik mijn verhalen kwijt kon over hoe saai ik eigenlijk ben.