De neus


De neus was vandaag in de winkel. Wiebelend en grinnikend zat ik op de stoel bij de infobalie, wachtend op het moment dat ik het kon vertellen tegen iemand. Collega L. was het eerste slachtoffer. “De neus is in de winkel! Hoei!” wiebelde ik op de stoel. Ze keek me wat wazig aan en vroeg of ze het goed gehoord had. “JA!” riep ik enthousiast. En vertelde het verhaal van de neus.

Eenmaal in mijn leven heb ik tijdens de studie een vak gevolgd bij geschiedenis. Geschiedenis van de vroegmoderne tijd. Een verplicht vak voor alle studenten en ik vond het machtig interessant. We werden verdeeld in 12 werkgroepjes en hadden per week een keer hoorcollege met z’n allen. In een enorme zaal in de Uithof. Ik was de kleine klasjes bij Keltisch gewend en was bijzonder onder de indruk van de hoeveelheid studenten in een zaal. Hoe dan ook: de eerste keer tijdens het hoorcollege zat een paar rijen onder mij een jongeman, mijn leeftijd denk ik, met een zeer geprononceerde gok. De neus der neuzen. Van de zalm. Hij was vast Ajacied. Ik werd op slag verliefd. Mannen met grote mooie neuzen, ik heb er een zwak voor. Elke week op dinsdag was het feest. De neus ging zitten en ik zorgde dat ik een rij of drie schuin achter hem kwam te zitten. Van het hoorcollege heb ik weinig onthouden, maar de neus is me bijgebleven.

En zeven jaar later liep de neus ineens in de winkel. En ik voelde me weer het studentje dat giechelig in stilte zat te genieten in een grauwe saaie zaal bij een suf hoorcollege van iets onnozels als de neus van een medestudent. Mijn middag was weer gered.

Comments
blog comments powered by Disqus