Sjaken, klazen en lexen


De mama stuurde me een maandje terug een fijne sms. ‘Hey meis, veel plezier vanavond met sjaken en morgen met klazen!’ Aangezien de meeste mensen wel weten dat ik bijna alle levenloze objecten in mijn huis een naam geef, en mijn harp met een omweg Sjaak is gedoopt, en ik het altijd over sjaken heb, als ik bedoel dat ik harp ga spelen, is dat niet zo gek. Klazen daarentegen was nieuw. Maar de mama en ik hebben een bijzonder soort humor samen. Ik was namelijk bezig met een ikoon van Nicolaas de Wonderdoener. U weet wel, die man die superbekend is in de orthodoxe-christelijke wereld als wonderdoener en bij ons als goedheiligman. Dus ik klaasde me suf en had na een aantal lesjes een prima Klaas hangen. Sjaak en Klaas zijn een goed team.

Toen kwam R. En toen verdwenen mijn obsessies langzaam uit beeld. Want ik zag R. graag en hij mij en zo deden we leuke dingen samen en vergat ik Sjaak een beetje en negeerde ik Gerrit (mijn bekende lavendelplant) wat meer en Klaas moet nog steeds een mooi plekje hebben in de casa. Mijn Pessl-obsessie was weg. Vond ik eigenlijk maar stom. En ikonen schilderen, ach, het is toch veel fijner om tegen een fijn lief aan te kruipen? 100% Anna is ook weer ergens stof aan het happen. Kost teveel tijd. Weinig inspiratie.

Ineens schrok ik wakker. Naast R., dat dan weer wel. Badend in het zweet. Want R. vond mij natuurlijk leuk omdat ik van die gekke obsessies heb (en omdat ik gewoon leuk bén). Dat ik stomme tekeningetjes maak in een notitieboekje, lillikerds schilder op een houten plaat met goud en rustig een hele dag in de trein ga zitten om een boek uit te lezen. Dus maakte ik in excel een prachtig overzicht van onderwerpen die nog in 100% Anna moeten komen, tekende en passant ook even Yoshi af en maakte een begin met de Campari. Zocht een plaatje over Belle en het Beest en bedacht dat George Clooney wel in combinatie met Nespresso mag. What else? Pessl-obsessie is juist een goede obsessie, want afgebakend! En dus zou het stom en zonde zijn om daar ook niets meer mee te doen. Ik vond Madame Bovary onder een laag stof en begon verder te lezen. En waar ik twee maanden gelezen worstelde en ten onder ging, lees ik nu lekker door en heb ik het tragische verhaal van Emma over een weekje wel uit. Op naar Les Liaisons Dangereuses, die heerlijk smeuiig schijnt te zijn… En die ikonen… Volgende week begint m’n ikonenklasje weer, maar dit weekend ga ik er al eentje maken. Kijken hoe ver ik kom. Paneel is gekocht, plaatje uitgezocht en al met potlood erop gezet, pigmentjes in huis en een vrije zondag voor de boeg. Ik heb er ZIN in. Het gaat Alexander Nevsky worden, een hele belangrijke figuur in met name Sint Petersburg. (Even voor de leuk: er zijn slechts een paar grote belangrijke kloostercomplexen in de Russisch-orthodoxe kerk, die worden Lavra’s genoemd. Een lavra is in de buurt van Moskou en eentje in dus in Sint Petersburg, en grote vriend Nevsky ligt daar begraven. Ja, die heb ik gezien ja. Heb misschien zelfs een zachte hallelujah geroepen.) En die ga ik dus kliederen.

Volgende probleem: hoe ga ik deze activiteit noemen? Ik zette op de twittert een plaatje van het originele ikoon en @nottebianca zei een ‘Hossa!’ en ‘Bam!’ en ‘Jeej! Leuk, die Lex!’ Ik bedacht dat ik dus best wel kan gaan lexen. Laat ik de mama maar eens gaan smsen, kijken of zij het in een keer snapt. Want dan is het een goede!

En R.? Oh, die zie ik vast wel dit weekend. Mag-ie er lekker bij zitten en Nintendoën, want een R-loos weekend is toch niet helemaal compleet, hoeveel Sjaken, Klazen, Gerrits en Lexen je ook in huis hebt… 

Comments

Victor


Ik bevond me bij mijn ouders. Die zelf niet thuis waren en dus claimde ik de computer. En zette spotify aan. Luisterde wat suffigs en besloot voor de lol eens te kijken of ik Kino kon vinden. Ook bekend als Кино, een heuse Russische band. Ik chatte enthousiast naar R. dat ik Kino gevonden had! ‘Eh, wie?’ vroeg hij. ‘KINOOOOHOOOO!’ chatte ik terug. En ik barstte bijna los in een melancholisch nostalgisch verhaal.

Want anderhalf jaar geleden bevond ik me in Moskou. En ik zag in een zijstraat van de Ulitsa Arbat een enorme vergraffitiede muur met wat vage punkers met grote honden. En overal liepen jongeren met T-shirts met Кино erop. We besloten dat het een plaatselijk bandje was. En wel grappig dat er zoveel mensen in zo’n shirt liepen. Twee dagen later liepen we weer door de Arbat en kwamen met een omweg in die graffiti-straat, waar nog veel meer punkers waren, nog meer honden en ook andere vage mensen die bijna allemaal onder invloed van het een of andere spul. We liepen er maar snel voorbij. En zagen even verderop een bandje spelen op straat. Waar allemaal mensen in Кино-shirts voor stonden te springen. Het klonk goed. En dat was het dan.

Eenmaal thuis en met behulp van een aardige jongen in het Petersburgse hostel een week na Moskou vielen alle puzzelstukjes op z’n plaats. De vergraffitiede muur in de Arbat is een gedenkmuur voor de zanger van Кино, Victor Tsoj. Die in 1990 omgekomen is bij een auto-ongeluk. Elk jaar worden in heel Rusland optredens gegeven door bandjes die alleen maar muziek van Кино spelen. En daar waren we dus getuige van. En toen wij er waren was Victor precies twintig jaar geleden overleden. Dus een extra groot feest om hem te eren! Maar dat merk je altijd later pas.

Gelukkig heb ik twee cd’tjes op de laptop staan, foto’s van de Arbat en nu dan ook andere liedjes op Spotify ontdekt. Victor jongen, je hebt wat moois achtergelaten.

http://www.youtube.com/watch?v=6fUPEfHpkbM

Comments

Terrorkat


Ineens stond M. aan m’n bureau. Leuke meid, vriendelijk, altijd aardig en we babbelen altijd wel wat, maar we zijn geen dikke vriendinnen. Dus dat ze ineens aan m’n bureau stond, verbaasde me. Haar vraag verbaasde me nog meer. ‘Hey Anna, ik ga een paar dagen weg, op vakantie. Zou je misschien een paar dagen op m’n katten willen passen?’ Ik keek in m’n agenda, zag wel wat afspraken staan, maar daar viel wel omheen te plannen en kneep in m’n handjes bij het vooruitzicht op een paar dagen uitslapen. Aangezien M. lekker dicht bij het werk woont en ik niet. Affijn, afspraken gemaakt, sleutel gekregen en ik ging op de katten passen.

Piece of catcake. Kat 1 (Gasolina, ook bekend als Gassie) laat zich niet zien, want is te bang. Kat 2 (Diesel) is een lekker makkelijk beest met wel wat angstige momenten, maar meer niet. Had je geen last van. En op de laatste ochtend kwam Diesel kroelen op bed. Gezellig! Bovendien zet je Diesel in de vensterbank neer en die komt er de rest van de week niet meer vanaf. Ideaal. Ik had het reuze naar m’n zin!

Maand of wat later kreeg ik een mailtje van M. Of ik misschien nog een keertje op de beesten wilde passen. Tuurlijk! mailde ik terug. Gezellig! En reuzehandig, aangezien ik in de tussentijd een vriendje opgeduikeld had (of hij mij, daar ben ik nog niet uit) en die woont in de buurt. Affijn, ik toog naar het huis van M., begroette de poezen en ging me lekker installeren. Had er zin in!

De vreugde was van korte duur. De ochtend erna maakte Diesel een gek geluid. Beetje kucherig. Stond in de slaapkamer voor het bed. Rochelde wat. Bibberde met de staart. Maakte een schokkerige beweging. Ik voelde de bui al hangen. Zei nog ‘nee, niet doen!’ en hup, daar kotste het beestje haar hele ontbijt uit. Voor het bed. Op de schone vloer. Ik rende kokhalzend naar de keuken (ik hou namelijk niet zo van braaksel opruimen), kwam met een stoffer en blik terug en zag net Gasolina voorzichtig aan het prutje snuffelen. Nou, daar verging mij mijn eetlust helemaal. Maar een minuut of 5 later blonk alles weer en leek het net of er niets gebeurd was.

De dagen erna ging het prima tussen de wilde beesten en mij.

Toen hing Diesel lekker in de vensterbank en wilde ik haar aaien, gewoon gezellig. U kent dat wel. Een dikke staart, haal met nagels en een blaas mijn kant op was het resultaat. Leuk, ik voelde me erg welkom. Maar ook dat kan ik hebben. Ik ga ervan uit dat ze nog wat knorrig was omdat ik haar twee dagen ervoor hard heb uitgelachen, toen ze op de vensterbank wilde springen en daar niet helemaal lekker opkwam en met een plofje naar beneden stortte… Dus die haal neem ik voor lief.

Vanmorgen had ik mijn koffer even open staan. ‘Hahahahaha,’ lachte Het Vriendje, ‘je hebt een kat in je koffer!’ En ik kwam grinnikend aanlopen. Ze zat er alleen wel een beetje vreemd op. En meestal loopt ze weg als ik aankom. Ze bleef zitten. En zat met een gebogen rug. Dus ik gaf haar een voorzichtig zetje tegen de kont. Ze mauwde dwars en ik had een vermoeden… Madam vond het nodig haar territorium af te bakenen.

En ik kon even later twee truien, een broek en een shirtje wassen. En dat doe ik vanavond nog een keer, om zeker te weten dat het niet naar kattenpies ruikt. Terrorbeest. Ik schop ‘r vanavond naar buiten. Zoals drie dagen terug. Deur open, kat naar buiten en twee minuten later kat via kattenluik (bijzonder, want luik is klein en kat is formaat tank) weer binnen. Het regende…

(En ja, als M. nog een keertje komt vragen, ga ik zeker weer oppassen, ik zorg alleen dat de koffer dicht is, de beestjes niet teveel eten in 1x krijgen en dat ik niet in de buurt van een vensterbank kom…).

Zucht. Poezen…

Comments

Helden


Er komt weer een verhaal uit den ouden doosch. Oma Anna haalt haar geheugen weer eens uit het stof en begint met vertellen. Nou ja, de aanleiding is zo oud niet. Ik stond gisteren op het busstation op de bus te wachten met mijn iPodje op en Il mio nome e’ mai piu’ kwam langs, een hitje jaren geleden in Italië. En ik kreeg een vrolijk gevoel van hoe ik daarbij kwam en dacht meteen dat dat een prima verhaal zou zijn op de blog. Want momenteel heb ik weinig inspiratie. Excuses daarvoor.
Affijn. Het grote Ligabue-verhaal dus, want over hem gaat het.

Ik was 15 in 1996 en was hopeloos beland in mijn hippie-fase. Bloemetjesrokken met streepjestruien (hoe mijn ouders me over straat hebben durven laten gaan is mij nog steeds een raadsel, maar ach). En vooral veel luisterend naar de Kelly Family, want die droegen vooral veel bloemetjesrokken met streepjestruien. Ik spaarde dan ook alle cd’s van hen. Toen er een cd uitkwam van Pavarotti & Friends met twee (!) liedjes waar de Kelly Family op meezong, moest en zou ik die cd hebben. En zo geschiedde, ik rende dol van geluk de Kenta in (plaatselijke cd-winkel, werd jaren later een Music Store, daarna Van Leest en is nu ter ziele) en luisterde thuis keer op keer die cd. Gelukkig voor mij vond ik meer nummers mooi dan alleen die twee. Er was een Saint Theresa van Joan Osborne, een Spirito van een beetje gekke Italiaan die Litfiba heette en iets met Le regazze fanno grandi sogni. En oja, nummer 7 was ook wel mooi. Fijne rauwe Italiaanse stem, maar het nummer vond ik wat minder. Maar die stem. Oh, die stem.

In 1999 zat ik op een loze avond wat te zappen en kwam bij de MTV-awards terecht en Ronan Keating babbelde wat loos over een Italiaanse zanger en dat vrouwen hun dochters maar moesten opsluiten. Ik besloot het liedje maar aan te horen. En het bleek Ligabue te zijn. Ik gilde de mama naar de tv en wist duidelijk te maken dat dat die ene zanger was met die fijne stem van de Pavarotti-cd. Het boeide haar niet zoveel. En mij later ook minder. De Kelly Family boeide me overigens toen ook al niet meer.

Datzelfde jaar ging ik met m’n ouders op vakantie naar Italië. Milaan en Venetië. En op de hotelkamers lag ik tv te kijken na diverse vermoeiende dagen vol musea, kerken en andere oude meuk (die ik natuurlijk wel interessant vond, maar weigerde toe te geven). De absolute tophit op dat moment was Il mio nome è mai più. Ik herkende zowaar Jovanotti in de clip (kent u hem nog? L’ombelico del mondo was zijn grootste hit in Nederland). En verrek, de andere zanger leek die gast van Litfiba wel! Stem kwam in elk geval overeen. De derde zanger (ze zongen het met z’n drietjes) was die ene kerel met die mooie stem. Die van die cd en van dat optreden bij de MTV Awards! Het liedje was leuk. Bleef lekker hangen. En kwam schandalig vaak langs op de televisie. Probeer dan maar eens een singletje te scoren. Dat lukte dus niet. Totaal niet. Missie gedoemd te mislukken.

Tot we nog even voor Oostenrijk wilde tanken. En stopten bij een tankstation en ik schoot het winkeltje in om wat lekkers te halen. Kwam springend met het singletje in de knuistjes bij de auto. Helemaal gelukkig. Daar merkte ik dat Piero Pelu gelijk staat aan Litfiba, dat Jovanotti helemaal niet zo heet en Ligabue als voornaam Luciano heeft. Als een stuk chocolade smeltend op je tong. Luciano…

In 2000 deden m’n ouders en ik Peschiera aan, bij het Gardameer. Mama en ik gingen een middagje het stadje in. En ik rende een cd-winkel in, op zoek naar een heuse echte cd van Ligabue. Hij had er meerdere. Shit. Welke te kiezen? Ik besloot maar die ene te kopen waar dat ene liedje op stond van de MTV Awards. Miss Mondo. Luisterde ‘m in de auto. En nog een keer. En nog een keer. En was verkocht.

Inmiddels heb ik al z’n cd’s. Ben ik twee keer naar een optreden geweest (nee, niet in Italië, dat zou helemaal geweldig zijn, maar om het mij makkelijk te maken is de goede man twee keer naar Paradiso gekomen). Heb ik drie T-shirts. Twee films die hij geregisseerd heeft. Drie boeken van zijn hand. En verheug ik me nu al op zijn nieuwste cd. Eigenlijk is het helemaal geen bijzondere muziek, maar die stem. Oh, die stem. Luciano is gewoon mijn ultieme Italiaanse muziekheld. Piero (Pelu), Vasco (Rossi) en Umberto (Tozzi) zijn gewoon niet leuk genoeg. Amo Luciano. Molto molto! (En dan ziet hij er nog eens lekker uit ook…)

Comments

irritatie in 2012


Het was nooit makkelijk om te communiceren met hem, maar even voor de kerst brak mijn klomp. We hadden half half afgesproken dat ik bij hem zou komen eten, maar ik was ingehaald door de realiteit en was gesloopt door de drukte in de winkel, want hey, december, dan is het druk. Dus ik smste hem de dag ervoor. ‘Sorry, trek het niet, moe, wil slapen. In het nieuwe jaar nieuwe poging?’ en het bleef (niet geheel onverwacht) stil. 

Ineens een mailtje in de mailbox. ‘Stom, foon vergeten bij vriend in het buitenland, ben nu alleen per mail bereikbaar!’ Dus ik mailde. ‘Sorry, trek het niet, moe, wil slapen. In het nieuwe jaar nieuwe poging? Had je gesmst, maar dan nu ook via mail. En om het goed te maken zal ik voor je koken op datum X.’ Geen reactie. Ik haalde m’n schouders op, voelde me toch ergens wat schuldig, en ging werken.

De dag nadat we in eerste instantie afgesproken hadden lag er ineens post in de mailbox. ‘Jammer, ik had lekker gekookt voor je.’ Niets over datum X. Mijn haren gingen rechtop staan. Wat een laffe actie. Ik zocht raad bij A, die het ook maar stom vond. Ik mailde twee dagen later wat venijnig ‘Dus ik neem aan dat datum X ook niet doorgaat?!’ En daarmee was voor mij de kous af.

Klaar.

Geen reactie.

Ik zou ‘m vast nog wel eens zien op een feestje en dan was het goed, maar meer niet. Als er niet normaal gecommuniceerd kan worden, dan is het wat mij betreft gewoon einde oefening. Ik pruttelde nog wat tegen A. En besloot dat 2012 het jaar zou zijn dat ik geen tijd meer ging steken in mensen die mij alleen maar energie kostten.

En toen was het datum X. En zat ik in Utrecht in de stad te lunchen en daarna cadeautjes te scoren voor twee feestjes van mensen die ik niet of nauwelijks kende. Ik had een smsje. En een gemiste oproep. En dus nog een smsje omdat ik een gemiste oproep had. ‘Gaat vanavond nog door?’ Daahaag, dacht ik, zak er maar in! Ik reageerde niet en luisterde m’n voicemail uit pure dwarsheid niet af. En dat is best bijzonder, aangezien ik erg van het snelle reageren ben. Na afloop van de feestjes zag ik een mailtje in de mailbox. ‘Normaal gesproken reageer je altijd snel, nu niet. Ik neem aan dat het niet doorgaat?’ Ik pruttelde wat over dat er nu ineens wel communicatiemiddelen gevonden konden worden. Aai over de bol van de R. en klaar.

Fase negering (van het werkwoord negeren, niet van het zelfstandig naamwoord neger) ging in. Tot ik huppelend met S. door een museum hobbelde en S. gebeld werd. Of hij mij laatst gezien had, want degene aan de andere kant van de lijn kreeg me maar niet te pakken. Ik werd kribbig. Weigerde aan de foon te komen en legde S. alles uit. Die me wel gelijk gaf. 

En ik bleek slecht te zijn in negeren. Stuurde een poeslief smsje. ‘Zie je bericht nu pas. Hoorde niets van je, dus ging ervan uit dat je niet kon.’ Punt. Einde. En natuurlijk geen reactie. Drie uur later wederom post in de mailbox. ‘Sorry, ik dacht dat ik je geantwoord had, maar de mail zat nog in mijn concepten. Ik had namelijk de dag vrijgehouden en kon dus naar je toekomen.’ 

Dag. Zonde van mijn energie. En met dit stukje sluit ik een hoofdstuk, dat me inmiddels al teveel energie heeft gekost.

Comments

piepjes


Het leek zo simpel: even een lijstje maken van twee soorten E-readers. Een lijstje met E-readers die het doen en eentje met E-readers die het niet doen. Dat kan ik! En bij een aantal apparaatjes zat nog een beveiligingsding. Kan het niet anders omschrijven. Een ding met een snoertje en aan het eind van het snoertje zat een USB-plugje. En dat zou er dan voor zorgen dat de E-readers niet gepikt konden worden.

Dus ik sloopte eigenhandig dat beveiligingsdingetje van E-reader 1 af. Geen probleem. En de SD-kaart die er nog in zat, kwam er ook zonder problemen uit. Toen nummer 2. Vol bravoure trok ik aan het snoertje en het beveiligingsdingetje kwam eraf.

En begon te piepen.

En te piepen.

En te piepen.

Ik keek wat radeloos naar de collega die naast me stond en we schoten onbedaarlijk in de lach, terwijl het gepiep voortduurde. Ze haalde het USB-stekkertje uit de hub. En het bleef piepen. De winkelmanager stak haar hoofd om de deur en vroeg of alles goed ging. We giebelden wat. Ik trok de stekker los van het beveiligsding (met veel geweld, want geweld kan soms best opluchten na wat frustratie). En het gepiep werd niet minder.

Ik begon op het apparaatje te springen en te stampen. Goede kwaliteit, want het bleef heel. En piepte lustig door. Ietwat gegeneerd liep ik, mijn hand goed om het dingetje gevouwen zodat de herrie tot een minimum beperkt werd, richting promotie, alwaar een gereedschapskist staat met een schroevendraaier. En natuurlijk kreeg ik in eerste instantie de juiste schroevendraaier niet gevonden en begonnen die okseltjes toch wat klef te worden.

‘Joh, stampen!’ zei de collega van het kasbeheer, die met me meelachte. En ik maakte een mooie laatste sprong. En mijn maat 41 zwarte docter Martens rechterlaars won het. Het piepen stopte. Een zwierige worp richting vuilnisbak volgde, en de stilte was nooit zo fijn geweest.

Comments
“Ik geef G. dat boek. Alleen maar om het dan meteen terug te kunnen lenen om te lezen!”

Collega V.
Comments

Knijnberg


Toen ik zes was verhuisden m’n ouders met mij van Woerden naar het zuiden. Ik heb er veel van meegekregen, maar het mooiste is wel het verhaal over de keuze tussen twee huizen. Pap en mam hadden een mooi huis gezien in Heeze. In de Doortje van de Konijnenberglaan. En een mooi huis in Best. Aan een aanzienlijk kortere straatnaam. Pap was toen al een zeer praktisch ingesteld man en zag al helemaal voor zich hoe hij minstens 50 verhuisberichten moest gaan sturen. Door-tje-van-de-Ko-nij-nen-berg-laan. Maal 50. Hij kreeg acute RSI in z’n rechterhand. En dus viel Heeze af en werd het Best.

Prachtig verhaal, wat in het eggie nog mooier is dan typend op een blog. Het kwam ook regelmatig langs op verjaardagen bij familie en vrienden. Pap vertelt het smeuïg. En ik kan niet anders dan blij zijn dat het Best geworden is en geen Heeze.

Laatst had ik het erover met mam. Dat het toch wel een briljante reden is om ergens niet te gaan wonen. Omdat de straatnaam te lang is. Ik kan zomaar om die reden ergens niet gaan wonen. Mam kijkt me aan. Verbaasd. (Let wel: het is echt een paar maanden geleden, ik ben 30 op dat moment). ‘Joh,’ zegt ze. ‘Denk je echt dat we daarom niet in Heeze zijn gaan wonen?’ Ik knik.

‘Nee. Het was gewoon veel te duur!’

En daar ging weer een van de mythes uit mijn jeugd. Ik begin volwassen te worden, maar ik weet niet of ik het leuk vind. 

Comments

Vergeten feestjes


R. en ik hadden een discussietje. Over zijn beste vriendin L. Die ik niet kende. ‘Ken ik wel.’ zei ik. ‘Ken je niet.’ zei hij. ‘Ken ik wel!’ zei ik. ‘Ken je niet!’ zei hij. En zo ging het maar door en door.

Op een rustig moment dook ik voor de lol mijn mailbox in en vond een mail uit 2007. Dat we waren wezen stappen in Utrecht en dat we waren blijven slapen bij L. ‘Zie je nou wel!’ smste ik. ‘Neehee, is andere L. L. woont namelijk niet in Utrecht.’ Oh. Shit.

Week later smsje. ‘Ja! Je hebt L. wel eens gezien!’ Ik groef diep in mijn geheugen, maar kon er niet meer opkomen. Wanneer? ‘Afstudeerfeestje.’ ‘Afstudeerfeestje? Was ik bij jouw afstudeerfeest? Wanneer? En waar?’ Ik heb er geen beeld meer bij. Er schijnen foto’s te zijn. En als klap op de vuurpijl: ‘Daar heb je ook met m’n ouders gepraat, m’n moeder wist nog wie je was! Leuke meid, noemde ze je.’

Ik drink nooit meer.

Comments

deal!


Ik viel half van m’n stoel. ‘Ga je vrijdag mee naar het optreden? Rotterdam. Lekker in de buurt!’ Ik schudde m’n hoofd over zoveel onverwachtheid, hervond mezelf en knikte tevreden. Leuk hoor. Ik hou van optredens. ‘Hoe laat?’ ‘18u.’ ‘Nee hè, ik moet werken tot 18u!’ ‘Vraag je maar of je een uur eerder weg kan.’ ‘Ik werk in een winkel, wat denk je zelf? De laatste vrijdag voor Kerst. Uur eerder weg. Ga je lekker?’ Ik baalde wel een beetje, had er best zin in gehad. ‘Maar dan ben ik zo in Den Haag, dus dan kom ik wel langs na het optreden.’ ‘Okay dan,’ zei ik. Want een gegeven paard mag je niet in de bek kijken, ook al ruikt-ie naar dode mus.

Toen kwam ik op de zaak. L. sprak me meteen aan. ‘Kun jij morgen naar Groningen? Sterfgeval van collega en de mensen willen graag naar de begrafenis!’ Daar ging m’n vrije dag. ‘Prima!’ zei ik en bedacht me dat ik dan wel op donderdag vrij zou willen. ‘Ben je vrijdag vrij, goed?’ En ik keek met grote ogen. Vrijdag vrij? Beter! ‘Hoe laat in Groningen?’ ‘Hele dag, half 10 tot 18.’ ‘Okay!’ en ik belde de collega’s om hen voor te bereiden op mijn komst. En toen dacht ik even op de ns-site te checken hoe laat ik de trein moest hebben en hoe laat ik thuis zou zijn. En daar ging m’n humeur. Huivert u even mee? Trein om 06.38 ‘s ochtends en aankomsttijd ‘s avonds? 21.22u. Juist. Ruim 5 uur reizen om 8 uur te werken. En mens doet zelden gekkere dingen.

Ik smste ‘jaaaaaaa, ik ben vrijdag vrij, ik kom naar Rotterdam!’ en we raakten aan de chat. En kregen het uiteindelijk over muziek. En de onvermijdelijke vraag kwam. ‘Lievelingsliedjes? Favoriete band?’ Heb ik niet, ligt aan mijn stemming, ligt aan het jaargetijde en ligt aan het tijdstip van de dag. Oh. ‘Ken je Blaudzun?’ Nope, tuurlijk niet. Veel te hip. Veel te indie. Maar ik luisterde braaf naar enkele liedjes op youtube en besloot dat ze cool waren.

Vandaag liep ik in Groningen. Beetje daas door het slaapgebrek en niet wetende waar de koffieautomaat is, sjokte ik in mijn pauze door de stad. Herinneringen kwamen boven van die ene keer dat ik vakken volgde in Groningen en aardig wat voetstapjes had liggen in het centrum. Ik stond ineens (hoe toevallig?) voor de Plato. En vond een cd van Blaudzun. Die ik kocht. Al stuiterend kwam ik weer terug in de winkel en raakte aan de praat met een aardige collega. Ik wilde indruk maken.

‘Joh,’ zei ik, ‘ik heb net een cd gekocht bij de Plato! Van Blaudzun!’ Ik zag voor me hoe hij me vragend aan zou kijken met een bewonderende blik in zijn ogen en zou denken ‘jee, wat een hip meisje!’. Niets van dat al. ‘Oh!’ zei hij. ‘Seadrift Soundmachine? Die is inderdaad goed!’ Ik knarsetandde.

Comments